
Arie Storm
Ik heb Hoe word ik een beroemd schrijver van Ilja Leonard Pfeijffer in twee dagen uitgelezen. Steeds weer dook de naam van Arie Storm op die je volgens Pfeijffer nauwelijks een schrijver kunt noemen. Hij is meer een rancuneuze dammer, die in zijn recensies in het stadskrantje van Amsterdam alles neersabelt wat niet door Arie Storm is geschreven om te bewijzen dat Arie Storm werkelijk de beste schrijver van Nederland is, aldus Pfeijffer.
Boeken van schrijvers die over schrijvers schrijven, ik verslind ze.

Ilja Leonard Pfeijffer
Ilja Leonard Pfeijffer heeft ‘Een literair zelfhulpboek’ geschreven. Het heet Hoe word ik een beroemd schrijver? In een van de hoofdstukken behandelt hij de vraag: Hoe schrijf je een kort verhaal? Het begint met de zin: “Het korte verhaal is misschien het moeilijkste genre.” Het eindigt met: “Het grote publiek houdt er niet van. ( ) Ze willen een lekker leesboek waarin ze zich de rest van de vakantie kunnen onderdompelen.”
We zullen zien, Pfeijffer, we zullen eens zien, mannetje.
Ik heb Philip en de anderen, het debuut van Cees Nooteboom, zojuist uitgelezen. Op pagina 37 staat een zinnetje waar ik steeds aan moest denken. Het meisje Jacqueline zegt tegen Philip: “Je bent geboren als een oud kind.” En zo is het, Philip is een oud kind van 18 jaar, oud en zwaarmoedig, die moeiteloos Frans spreekt en Latijn en lange sombere verhalen van de anderen optekent. Ingewikkelde verhalen, vaak over de dood, maar hij weet het nog precies allemaal. Nooteboom was 21 jaar toen hij het schreef.
Ik lees in De Brakke Hond het verhaal ‘”De Stadsschijter” van Damme’, een Belgische fabel van Frank Adam. Ik citeer: “Waarom jaren vruchteloos gewacht op de hooghartige standaardafwijzing van een aan de uitgever gelinkt 19e-eeuws literair tijdschrift, waar een drankorgel-dichter, een bejaarde aquarelschilder en een gefrustreerde latinist-epicurist de literaire macht krampachtig proberen te bewaken?”
Ik denk dat ik weet over welk tijdschrift het gaat.
Er werd een verhaal van mij geplaatst in een mooi literair tijdschrift. Toen ik het tijdschrift ontving, kon ik mijn ogen niet geloven. Er waren in mijn tekst veranderingen aangebracht zonder dat ik het wist. Aan citaten was toegevoegd hoe de spreker het zei. ‘Stemde hij in’ en ‘bromde hij’. Foeilelijke veranderingen.
Zeg nooit hoe een persoon het bedoelt. De lezer is niet stom. En ‘zei hij’ achter een citaat kun je bijna onbeperkt gebruiken. De lezer registreert dat niet meer. En er is ook nog zoiets als auteursrecht. Zo had ik willen reageren. Maar ik mailde dat het natuurlijk geen halszaak was.
Ik heb zojuist ’s Nachts komen de vossen van Cees Nooteboom uitgelezen en ik denk, hoe erg moet je in jezelf gekeerd zijn om zoiets te kunnen schrijven. Mediteren op papier, zoiets.
Of is het gewoon een manier van schrijven?
Voorafgaand aan de presentatie van Extaze 3 in Pulchri, eet ik vanavond met mijn vrouw in een gezellig restaurant in Den Haag waar we jaren gewoond hebben, waar onze kinderen zijn geboren. Morgen bespreek ik met mijn nieuwe schrijfgroep in Haarlem de korte verhalen die we hebben geschreven. Schrijven, was ik er maar veel eerder mee begonnen.