Tell, don't show 01/31/2010
 
Picture
De eilander. Roman van de lokkende zee van Klaas Toxopeus staat al jaren ongelezen in mijn kast. Afgelopen week ben ik er in begonnen. Klaas Toxopeus was een achterneef van mijn vader en bekend van het reddingswerk dat hij tot 1964 deed. Hij maakte 270 tochten met een reddingsboot waarbij 315 mensen veilig aan wal werden gezet. Het boek gaat daarover en verscheen in 1958. Klaas Toxopeus bewijst dat een zeeman kan vertellen. Geen show, don’t tell  want dat bestond nog niet. Daar zat ook niemand op te wachten.

 
Schaamte 01/30/2010
 
Picture
Als ik de naam van Joost Zwagerman hoor of lees, schaam ik me altijd een beetje. Een aantal jaren geleden las ik zijn boek Vals licht. Ergens staat dat Lizzie Rosenfeld, een prostituee en de geliefde van hoofdpersoon Simon Prins, Nederlands studeert aan de Open Universiteit. Ik wist dat dat niet kan omdat de OU zo’n studierichting niet heeft.
Ik had net geleerd dat je je ook bij fictie aan de feiten moet houden, dus stuur ik De Arbeiderspers een mailtje. Wij zullen het aan de schrijver doorgeven, meneer, krijg ik als antwoord.
Ik zou zo graag willen weten of hij het veranderd heeft in een nieuwe editie. Ik kan het hem vragen  op 17 maart. Maar die schaamte, daar zit ik wel mee. Ik zou zoiets nu nooit meer doen.

 
 
Picture
Joost Zwagerman
Het is net de markt, het forum van Schrijven Online. Kwebbelende vrouwen (mannen komen er nauwelijks) over de laatste nieuwtjes. En wee je gebeente als je iets vreemds doet. Op internet stond dat iemand genomineerd was voor de Literatuurprijs Helmond 2010, terwijl dat nog niet bekend kon zijn. Het forum protesteerde bij de jury, er werden etiketten geplakt.
Ik lees alles, met veel plezier, iedere dag.
Gisteren dan toch de lijst met de twaalf kanshebbers. Slechts een van de dames stond erbij. Dat viel tegen.
Ik was blij, want mijn pseudoniem stond er wel, met het verhaal dat ik heb ingestuurd.
De schrijfwedstrijd scoorde hoog dit jaar, 130 inzendingen (58 vorige keer). De jury selecteert vier verhalen die worden voorgelegd aan Joost Zwagerman, warm pleitbezorger van het korte verhaal. Hij kiest met de jury de winnaar die op 17 maart bekend wordt gemaakt.
De twaalf genomineerde verhalen komen in een boekje.
Degene die het al wist, staat ook op de lijst en op het forum weten ze al wie de winnares wordt.

 
 
Picture
Gisteren, bij de Slegte, las ik eerst de achterflap van De beste Amerikaanse verhalen, samengesteld en ingeleid door Jan Donkers. ‘Er is geen land waar het korte verhaal als literair genre zo intensief beoefend wordt als de Verenigde Staten,’ staat er. ‘Donkers koos 25 verhalen van 24 topauteurs, zoals Saul Bellow, Truman Capote, Philip Roth en John Updike. Daarnaast,’ zo gaat de tekst verder, ‘zijn verhalen opgenomen van buiten Amerika nog niet zo bekende auteurs als Raymond Carver.’
Nou, dat is wel veranderd inmiddels. Ik zoek in het boek het verhaal van Carver. Het heet: ‘We moeten eens praten’ en ik lees de eerste alinea. Ik ken het verhaal niet. Ik weet het bijna zeker. Ik zoek het op als ik thuis ben. Het is het eerste wat ik doe. En ik heb gelijk.
In de verhalenbundels van die andere schrijvers heb ik niet gekeken. Dat blijft nog even spannend.
Een boek uit 1985 met allemaal nieuwe verhalen, dat zou toch wat zijn.

 
 
Picture
Irene Dische
Gisterenavond keek ik op shortstory.nu, de website van Ton Rozeman, naar tips voor boeken met korte verhalen. Dat doe ik vaker als ik naar Amsterdam ga. Ik noteerde vier boeken. De Slegte in de Kalverstraat stelde weer niet teleur. Ik vond er twee: Alice van Judith Hermann en Liefdes van Irene Dische, beiden gloednieuw. Judith Hermann kende ik al van Zomerhuis, later; Irene Dische nog niet.
De beste Amerikaanse verhalen gingen ook mee. Die kon ik natuurlijk niet laten liggen.
Laat het buiten maar vriezen.

 
Weinig woorden 01/26/2010
 
Picture
Het nieuwe nummer van Hollands Maandblad ligt in de bus. Het opent met een kort verhaal van Tommy Wieringa. Eén pagina, nog geen 500 woorden.
Het gaat over een vriend die hem een doos woordenboeken geeft. Een schitterend bezit, een schat, schrijft Wieringa. De vriend zegt: Een schrijver moet veel woorden hebben.
En dan de juiste kiezen, dat is de kunst, denk ik er achteraan. Hoe minder hoe mooier. Wieringa bewijst het weer.

 
Caesarion 01/25/2010
 
Picture
Over Caesarion van Tommy Wieringa heb ik veel kritieken gelezen en interviews met de auteur. Ik weet zo’n beetje waar het over gaat. Het boek zelf is ontspannend, een feest. Mooi, verhalend proza, dat me moeiteloos meeneemt in de wereld van de schrijver.
Op blz. 103 gebeurt het, de hoofdpersoon ziet de film waar het om gaat in het boek. Jammer, want nu wordt het spannend en moet ik verder lezen, of ik wil of niet.

 
Brandende pen 01/24/2010
 
Picture
Mijn schrijfvriendin Esther is genomineerd voor de Brandende Pen. Mijn weekend is weer goed, mailde ze gisteren. Haar verhaal komt in het volgende nummer van literair tijdschrift Lava, dat de wedstrijd organiseert. De winnaar wordt bekend gemaakt tijdens een live uitzending van VPRO De Avonden op 18 februari.
Ik schreef haar terug dat het best wat enthousiaster mag. Waarom zo ingetogen? Ik had het van de daken geschreeuwd.
Een schrijvertje schreeuwt zoals het gebekt is. Dat is het natuurlijk.

 
Op ruwe planken 01/23/2010
 
Picture
Op Ruwe Planken is het ruwste literaire tijdschrift van Nederland. Zo profileren ze zich. Het is een actief tijdschrift met een overzichtelijke website. Ik heb er wel eens wat naar toe gestuurd en kreeg altijd goed gemotiveerde afwijzingen. Ik ging in op een aanbieding: vier nummers voor tien euro. Daar heb ik het bij gelaten, want het tijdschrift doet zijn naam eer aan: meer hout dan papier. Zelfs op de omvang is beknibbeld.
Buiten sneeuwt het en ik voel mijn been, gevolg van een gecompliceerde beenbreuk. Veertig jaar geleden veroorzaakt door een rottrap van een tegenstander tijdens het voetbal. We hadden een clubblad dat er net zo uitzag als ORP. Grijs, grauw, noest vrijwilligerswerk. En ook ruw, het was allemaal vreselijk ruw.

 
 
Picture
In de Volkskrant van vandaag pleit oud-VVD-leider Frits Bolkestein ervoor om studenten de klassieke schrijvers in vertaling te laten lezen in plaats van dat ingewikkelde Latijns en Grieks. De klassieken worden anders niet meer gelezen. Er bestaan veel goede vertalingen in het Nederlands.
Ik schreef deze week iets dergelijks over de noodzaak om Max Havelaar te vertalen in hedendaags Nederlands en nou denk ik maar steeds dat Bolkestein dat gelezen moet hebben. Het laat me niet los. Ik kan hem dit weekend bellen en er gewoon naar vragen. Maar of ik een eerlijk antwoord krijg?