Fantasy 01/21/2010
![]() Ik ging met pensioen en wilde verhalen gaan schrijven. Fantasy dat leek me wel wat. Verhalen over bloeddorstige wezens, schaamteloze jonge vrouwen en geile oude mannen. Ik stuurde ze op naar tijdschriften en schrijfwedstrijden. Zonder noemenswaardig resultaat. Ik volgde schrijfcursussen en ging andere verhalen waarderen. Een paar van die bizarre verhalen bewaarde ik omdat ik ze leuk vond. Deze week kwam ik de Elle Literatuurwedstrijd tegen. Vrouwentijdschrift Elle wil ‘geen muffe werkelijkheid en het saaie leven van alledag, maar sprookjes, sciencefiction en magisch realisme.’ Wie wat bewaart die heeft wat, zei mijn oma altijd. Waarom ik meedoe? Ach, naamsbekendheid natuurlijk en er zit een redacteur van een grote uitgeverij in de jury. Hedendaags Nederlands 01/20/2010
![]() Ik lees Max Havelaar van Multatuli, iedere dag een hoofdstuk. Ik ben ruim over de helft. Ik betrap mezelf erop dat ik blij ben als ik weer een hoofdstuk gelezen heb en vraag me af hoe dat komt. Zo’n schitterend boek. Het leest moeilijk, dat is het. Het is Nederlands van (precies) 150 jaar geleden, ouderwetse spelling en zinsbouw, woorden die niet meer worden gebruikt, lange zinnen die ik twee of drie keer moet lezen. Of dat erg is? De nieuwe generatie boekliefhebbers zal niet meer kiezen voor dit boek en ja, dat is heel erg. Buitenlandse boeken worden vertaald om ze voor meer mensen toegankelijk te maken. De Koran wordt om de haverklap herschreven. Waarom gebeurt dat niet met Max Havelaar? Max Havelaar in hedendaags Nederlands. Een mooi cadeau voor zijn 150ste verjaardag. Voor iedereen die schrijft 01/19/2010
![]() Schrijven Online is een website ‘voor iedereen die schrijft’. Er is veel leuke en nuttige informatie te vinden en een uitgebreid forum waar mensen elkaar bezig houden met van alles wat al dan niet met schrijven te maken heeft. Veel vrouwen gebruiken het als chatbox. Ik neem er regelmatig een kijkje. Een voordeel van mijn pluslidmaatschap. Onderaan de startpagina van SO staat bij ieder bezoek een citaat van een schrijver of dichter. Steeds een ander citaat. Ik ken ze allemaal uit mijn hoofd want veel variatie is er niet. In Giph vond ik een mooie van Jeroen Brouwers: Schrijven is een levensopdracht en heel wat anders dan de hobby van de schrijfamateur, zo iemand die zegt ‘schrijven fijn te vinden om te doen.’ SO zal hem wel niet gebruiken. Dat pikken de bezoeksters waarschijnlijk niet. Giph 01/18/2010
![]() Jeroen Brouwers De naam Jeroen Brouwers kwam ik voor het eerst tegen in Giph, een boek van Ronald Giphart, als romanpersonage. Giphart vertelt over een literaire avond waar hij God tegenkomt: ‘Jeroengod, Godjeroenbrouwers. Ik piepte: we zijn op een feest met Jeroen Brouwers.’ Giphart vertelt over de avond en nacht die hij zuipend en kotsend doorbrengt met de door hem aanbeden schrijver. Zou die Brouwers bestaan? dacht ik toen ik het las. Kun je zo schrijven over een andere schrijver? Is dat gepast? Ik zocht het op en begreep dat Jeroen Brouwers bestond (en zelfs nog bestaat), dat het kan, dat alles mag in de literatuur. Een mooie ontdekking vond ik dat toen. In Zachtjes knetteren de letteren, samengesteld door Jeroen Brouwers, staan anekdotes van alle schrijvers uit het Nederlands taalgebied. Alleen Brouwers zelf ontbreekt. Maar er zijn de verhalen van Giph. Plezier 01/17/2010
![]() Een schrijver die ik bewonder is Jeroen Brouwers. Vooral aan zijn prachtige boek Geheime kamers moet ik dikwijls denken, want van beelden uit dat boek maak ik nog wel eens gebruik. Een ander inspirerend boek van hem is Zachtjes knetteren de letteren. Veel mensen kennen het niet en dat is jammer. Het is ‘Een eeuw Nederlandse literatuurgeschiedenis in anekdoten’ en bevat 450 pagina’s van door Brouwers verzameld plezier over en van Nederlandse en Vlaamse schrijvers. Dat het onbekend is, heeft een voordeel. Het is een origineel cadeau voor wie van lezen, schrijven en schrijvers houdt. Requiem (2) 01/16/2010
![]() Een schrijfdocente gaf ons een paar jaar geleden als opdracht om voor elke les een stukje te schrijven van 150 woorden precies. Wij vroegen wat daarvan het nut was. Je leert om zorgvuldig met woorden om te gaan en na te denken welke woorden je kunt missen en welke perse niet, zei ze. Een nuttige opdracht bleek op den duur. En tellen doet de tekstverwerker. Vandaag heb ik de laatste hand gelegd aan mijn manuscript met de titel Requiem. Zo’n 45.000 woorden zet ik er steeds bij want een uitgever vindt dat belangrijk. Toen ik met printen begon keek ik onderaan het beeldscherm en kon het nauwelijks geloven. Precies dat aantal, 45.000, geen woord meer of minder. Of het een gunstig voorteken is, weet ik niet. Bijzonder is het wel. Ook nu overkomt het me weer als ik kijk naar de teller: dit stukje telt 150 woorden, precies. Requiem 01/15/2010
![]() Ik heb een boek geschreven, 45.000 woorden, zo’n 175 pagina’s. Of het goed is weet ik nog niet. Ik ben wel trots, want ik heb het geprobeerd, na en naast de korte verhalen waarvan ik er inmiddels tientallen heb. Waar het over moest gaan, wist ik al jaren, net als de titel: Requiem. Na de zomervakantie ben ik gaan schrijven. Ik heb er nooit veel over gezegd, alleen in mijn directe omgeving. Een paar weken geleden was ik met mijn schrijfgroep bij onze docent. Bij zijn boekenkast stond een stoel met op de zitting, achteloos, een boek: Requiem. Niemand heeft gezien dat ik schrok. Of toeval bestaat? Er is er een die het weet. Ik denk aan de vrouw die daar staat 01/14/2010
![]() Het kabbelt teveel en het wordt nergens spannend mailde een redacteur van een tijdschrift en een schrijfvriendin zei dat ik het verhaal meteen op scherp moest zetten. Ik ben al een uur bezig met steeds weer nieuwe zinnen en andere woorden die ik omdraai en verschuif om het spannender, scherper te maken. En het lukt niet. Ik pak bier uit de voorraadkast met vloerverwarming (aan koud bier heb ik een hekel) en staar vanuit mijn luie stoel naar de daken van de huizen, naar de lucht met zwermen vogels en denk aan de vrouw die daar staat in haar slaapkamer. Dan zie ik hoe ze zich bekijkt in de spiegel en ‘del,’ zegt en ‘smerige sloerie.’ Ze slaat met de slaapkamerdeur. Ik schrijf het op en voel me gelukkig. Namen zeggen me niks 01/13/2010
![]() Ik lees ‘Toen de trein over Billy reed’ een verhaal van Maarten Inghels in De Brakke Hond. Ik ken het verhaal denk ik na een halve bladzij en halverwege weet ik het zeker. Ik zoek het na en het klopt. Het werd voorgelezen in een uitzending van de wekelijkse schrijfwedstrijd Duizend Woorden van de VPRO, een jaar geleden. Ook toen was Billy dood en een van de juryleden zei: je mag de lezer best in het ongewisse laten hoe dat komt, als je het zelf maar weet. Het verhaal in De Brakke Hond is zeker twee maal zo lang en de doodoorzaak staat in de titel en ik denk, ja, zo zijn we bezig met onze verhalen, schrijven, herschrijven en hopen op publicatie. Namen zeggen me meestal niks, maar verhalen onthoud ik. Het zijn dan meestal mooie verhalen. Sjaalman 01/12/2010
![]() Het pak van Sjaalman. Als je veel leest kom je het tegen, meestal als een vergelijking met iets. Ik weet niet meer waar en ook niet wanneer. Soms, zomaar, zonder de neiging het op te zoeken, want tot voor kort wist ik niet wat het was. Wel wat ik dacht. Een kostuum van een dorpsgek misschien. Of een pakket van een schelm. Bij Sjaalman dacht ik ook aan een geheimzinnige genezer, associeerde het met een sjamaan. Ik lees Max Havelaar van Multatuli, 150 jaar geleden geschreven, en nu weet ik dat het verhalen zijn. Een pak ‘verhandelingen en opstellen’ van een man die Sjaalman genoemd wordt. Ze worden opgesomd, 147 stuks, ik het ze geteld, en het valt me op dat ik me geen moment verveel als ik de opsomming lees, meer dan vijf pagina’s lang. ‘Over een Europees muntstelsel,’ zelfs. |










RSS Feed