Drie wezen 05/31/2010
![]() Marcel Möring Ik lees Het grote verlangen van Marcel Möring. Het gaat over drie wezen, twee broers en een zus, die elkaar ontmoeten als ze zijn ´losgelaten´uit hun pleeggezinnen. ik moet denken aan de EO en de KRO en de NCRV en RTL en al die op kijkcijfers beluste programmamakers die hun zakken vullen met reportages over geestelijke en lichamelijke verwaarlozing. En daarna denk ik dat alleen schrijvers dit eerlijk in beeld kunnen brengen. Add Comment Meander 05/30/2010
![]() Er zijn twee websites waar ik voor betaal: Meander en Schrijven Online. Meander omdat ze mijn eerste verhalen publiceerden (en er nog steeds te vinden zijn), Schrijven Online omdat er veel informatie op staat (en de forumdiscussies hilarisch zijn). Meander bestaat 15 jaar en de hoofdredacteur, Rob de Vos, interviewde zijn collega Louis Stiller van Schrijven Online. Veel bijzonders lees ik niet. Eigenlijk zou Rob de Vos ondervraagd moeten worden. Over een onderwerp: waarom publiceert Meander nooit meer verhalen? Verhalen die ik wil schrijven 05/29/2010
![]() William Faulkner Ik begin mijn vakantie met De beste Amerikaanse verhalen, samengesteld door Jan Donkers (1985). In de inleiding haalt hij Faulkner aan die uitlegt waarin het verhaal zich onderscheidt van de roman. In die laatste vorm ‘kun je wat minder zorgvuldig zijn, je kunt er meer rotzooi in stoppen zonder dat het je kwalijk genomen wordt. In een verhaal moet elk woord precies op zijn plaats staan.’ Een mooi boek om bij weg te dromen over verhalen die ik wil schrijven. Hete koffie 05/28/2010
Costa Brava 05/25/2010
![]() Ingepakt: twee verhalenbundels van Amerikaanse schrijvers, Het grote verlangen van Marcel Möring en een erotische klassieker. Morgen op weg naar de Costa Brava. Drie dagen rijden. Dat is minder. Hannes 05/24/2010
![]() Leon de Winter De vader van Leon de Winter was ‘voddenjood’, schrijft hij in Titaantjes waren we. ‘Hij reed in een grote Ford Mercury.’ Bij ons in de straat kwam vroeger Hannes, een zware man met brede schouders en zwarte krullen. Op zijn bakfiets stond een bord: ‘Hannes koop alles. Vodden en oude metalen’. Hij had een koperen belletje dat je van ver kon horen evenals zijn stem waarmee hij vrolijke liedjes zong. Af en toe riep hij: ‘Vodde’. Meestal had mijn moeder wel wat. Als ze hem hoorde had ze een speciaal lachje, streek haar haar achter haar oren en deed haar schort af. Met een unster woog Hannes bij de voordeur de handel, gaf mijn moeder geld en telde daarna vijf dubbeltjes uit in mijn hand. ‘En een dubbeltje voor de kinderen.’ ‘Kan die man dat wel missen?’ vroeg ik mijn moeder een keer. ‘Hannes woont waarschijnlijk in een groot huis en rijdt in een dure auto,’ zei ze en ze lachte weer zo. Ik dacht toen omdat ze mij voor de gek hield. Tante Lena (2) 05/23/2010
![]() Ik blijf er aan denken, aan de Uiterwaardenstraat en waarom ik die dingen opzoek. Omdat ik er herinneringen heb? Herinneringen die ik misschien deel met de schrijver? Hij kent die straat, is er geweest, misschien wel in de apotheek, geholpen door mijn tante. Een ongetrouwde vrouw, onbeschaamd, zeker in die tijd. Ze had een minnaar, de apotheker, die in zijn onderbroek haar plafond witte met het licht aan en de gordijnen open. Onzin, weet ik ineens. De vader van de vrouw waar het over gaat in het boek, Hannah Piccard, had een steenfabriek. Tante Lena 05/22/2010
![]() Jan Zocher Cirkel in het gras van Oek de Jong, pagina 430, Leda Simonetti vertelt wat het adres is van de lange afstandzwemmer Jan Zocher. Ze heeft het gelezen op de label van zijn koffer: Uiterwaardenstraat 135, Amsterdam. Mijn tante, de enige zus van mijn moeder, woonde in die straat. Ik kwam er vaak, tussen de 50 en 40 jaar geleden. Ze woonde boven de apotheek waar ze ook werkte. Ik zoek naar het nummer, maar kan het niet vinden. In de straat is geen apotheek meer. De huizenprijzen liggen boven de 300.000 euro. Waarom ik dat allemaal opzoek? Ik heb geen idee. Mijn tante heette Lena, een letter verschil met Leda. Geilbek 05/21/2010
![]() Hugo Brandt Corstius Jaren kom ik het schitterende woord geilbek niet tegen, en vandaag twee keer. Hugo Brandt Corstius ondertekent in Titaantjes waren we zijn bijdrage met (onder andere) ‘gluiperige geilbek’ en in de Volkskrant van vandaag lees ik: ‘Geen ramp zo wreed of er staat wel een journalist bij te geilbekken’. Kijk, dat is pas literatuur. Zo wil ik ook schrijven. Kikkerdril 05/20/2010
![]() In Titaantjes waren we, lees ik de bijdrage van Erwin Mortier en ik denk, oh, god, daar gaan we weer, zo’n schrijver die de wereld reduceert tot ‘een bad van drek, ten behoeve van de varkens’. Zo’n schrijver die zich uitleeft in gezwollen taal, die schrijft ‘hoe het kikkerdril ineens in beweging kwam; een wolk van inktzwarte komma’s die het watervlak met hun grillige syntaxis ritmeerden’. Zo’n hypocriet die door zijn woord en taalgebruik al die varkens laat zien hoe zeer hij het met zichzelf heeft getroffen. | mijn2deleven:
het schrijven van verhalen waarmee ik begon toen ik in 2004 met pensioen ging. Ik publiceerde in Nederlandse en Vlaamse literaire tijdschriften en won onder andere de Literaire Prijs van de Provincie Gelderland 2006. info@mijn2deleven.nl www'smijn verhalen in (Nederlandse)literaire
tijdschriften letterencafé tsjechov & co. Monument of life terratekst ArchiefFebruary 2012 CategorieënAll |










RSS Feed