De schrijfcommercie tiert welig 03/12/2010
![]() Hoe apart en bijzonder een cultuur ook is, het gaat altijd over liefde en dood en alle perversies daartussen. (Cees Nooteboom, Rituelen). Een mooie zin, maar is het een schrijftip? Zelf Schrijver worden van Louis Stiller, staat er vol mee. Het zijn bijeen geharkte citaten, niet de 170 schrijftips die worden beloofd. Aan het eind staan 21 kortingsbonnen op schrijfboeken uit dezelfde bibliotheek. Een commerciële truc, zo lijkt het. Het boekje is klein en dun en de inhoud is mager. Het boekje kost bijna niets en wordt door duizenden mensen gekocht. De schrijfcommercie tiert welig. Dat wil ik ook 03/09/2010
![]() Ik schreef afgelopen week een kribbig stukje over Elke Geurts en de mooie verhalenbundels die ze heeft geschreven. Ik hoorde haar weer bij De Avonden, radioprogramma van de VPRO naar aanleiding van haar nieuwe bundel: Lastmens. Over haar zekerheden tijdens het schrijven en onzekerheden daarbuiten. Geen sentimenteel gedoe. ‘Als ik plezier heb tijdens het schrijven van een verhaal, weet ik dat het goed wordt,’ zei ze. Dat wil ik ook, dacht ik toen, weten of het goed is wat ik schrijf. Het is het moeilijkste wat er is. Vooral omdat ik altijd plezier heb als ik schrijf. Daar ga ik over nadenken. Suggereer 03/03/2010
![]() Suggereer, suggereer, zei een van mijn schrijfdocenten altijd. De lezer moet invullen wat er gebeurt. Het gaat om zijn belevingswereld. Zet hem maar aan het werk, pest hem maar flink. Dan krijg je de mooiste verhalen. Ik hoorde een andere schrijver iets dergelijks vertellen, afgelopen week. Maar hij zei er iets bij. Laat geen misverstanden bestaan over gebeurtenissen, over logistieke zaken. Bewaar de suggestie voor menselijke beweegredenen, voor wat je hoofdpersoon drijft in je verhaal. Ik dacht aan die schrijvende mensen, die schrijfonderwijs maar onzin vinden. Die vreselijk domme mensen. Hotel (New) Hampshire (2) 02/27/2010
![]() Als ik niet geschreven heb, merk ik dat ’s avonds. Dan heb ik een ontevreden gevoel, chagrijn ligt op de loer. Iedere dag 500 woorden, minimaal, die dosis heb ik nodig. Vandaag ben ik begonnen met een verhaal voor Hotel (New) Hampshire. Na een uur staan er 500 woorden op de teller. Voor de zekerheid kijk ik naar de spelregels van de schrijfwedstrijd, hoe lang het verhaal moet worden. Maximaal 750, zie ik. Dat is niet veel, daar heb ik geen rekening mee gehouden. Ik maak me zorgen hoe dat morgen nou moet. Geloofwaardigheid 02/22/2010
![]() Op 10 februari schreef ik over Liefdes, een verhalenbundel van Irene Dische. Ik heb nu alle verhalen gelezen en moest voortdurend denken aan een van mijn schrijfdocenten. Als hij mijn werk besprak zei hij steevast: ‘Je hebt het mooi opgeschreven, maar ik geloof het niet.’ Ik vergelijk me niet met Dische (ze schrijf wel heel erg mooi), ook niet als het gaat om de geloofwaardigheid, want die lapt ze compleet aan haar laars. Toch wordt het boek alom geprezen. Op de achterflap van het boek staat: Van Disches fantasie zouden zich tien schrijvers overvloedig kunnen voeden. Zou het wat zijn voor die schrijfdocent? Moeilijke beslissingen 02/11/2010
![]() Ik worstel met het eind van een verhaal over een man (een beetje een sul) en een vrouw in de trein op weg naar Amsterdam. De vrouw doet niks anders dan fitten. Ze leest hem voortdurend de les. Hij morst koffie over haar goeie goed en wil uitstappen op station Amsterdam-Amstel om papieren servetjes te halen. ‘Dat kan niet. daar heb je geen tijd voor,’ roept de vrouw hem achterna. De man koopt een krant en een blik bier en hoort de vrouw roepen. Wat gebeurt er vervolgens? Laat hij de vrouw schreeuwen en drinkt hij rustig van zijn bier terwijl de trein vertrekt? Een ding gebeurt niet. Hij is niet op tijd terug. Misschien drinkt hij van zijn bier en kijkt naar de trein, hoort het geschreeuw van zijn vrouw, het snerpende fluitje en laat de lezer in spanning achter. Soms sta ik voor moeilijke beslissingen. Jolig 02/01/2010
![]() Stephen King De Amerikaanse thriller-auteur Stephen King heeft een prachtig schrijfboek gemaakt. Het eerste deel bevat zijn levensloop, het tweede deel heet ‘Gereedschapskist’ en het derde deel gaat over schrijven. Over leven en schrijven heet het boek. Het is een beetje jolig geschreven. Voor vertalers schijnt dat lastig te zijn. Dat blijkt uit bij voorbeeld de volgende tekst: De plot is het laatste redmiddel van de schrijver, denk ik, en de eerste keus van fantasieloze mensen. Het verhaal dat eruit voorkomt, zal gekunsteld aandoen. (…) Ik wil een groep personages (misschien twee, misschien maar één) in een bepaalde moeilijke situatie brengen en dan zien hoe ze zich daaruit bevrijden. Het is niet mijn taak ze te helpen zich te bevrijden, of ze zodanig te manipuleren dat ze in veiligheid komen – daarvoor zou je de luidruchtige pneumatische hamer van de plot nodig hebben – maar om te kijken wat er gebeurt en dat dan op te schrijven. Ik heb het wel onderstreept. Voor iedereen die schrijft 01/19/2010
![]() Schrijven Online is een website ‘voor iedereen die schrijft’. Er is veel leuke en nuttige informatie te vinden en een uitgebreid forum waar mensen elkaar bezig houden met van alles wat al dan niet met schrijven te maken heeft. Veel vrouwen gebruiken het als chatbox. Ik neem er regelmatig een kijkje. Een voordeel van mijn pluslidmaatschap. Onderaan de startpagina van SO staat bij ieder bezoek een citaat van een schrijver of dichter. Steeds een ander citaat. Ik ken ze allemaal uit mijn hoofd want veel variatie is er niet. In Giph vond ik een mooie van Jeroen Brouwers: Schrijven is een levensopdracht en heel wat anders dan de hobby van de schrijfamateur, zo iemand die zegt ‘schrijven fijn te vinden om te doen.’ SO zal hem wel niet gebruiken. Dat pikken de bezoeksters waarschijnlijk niet. Requiem (2) 01/16/2010
![]() Een schrijfdocente gaf ons een paar jaar geleden als opdracht om voor elke les een stukje te schrijven van 150 woorden precies. Wij vroegen wat daarvan het nut was. Je leert om zorgvuldig met woorden om te gaan en na te denken welke woorden je kunt missen en welke perse niet, zei ze. Een nuttige opdracht bleek op den duur. En tellen doet de tekstverwerker. Vandaag heb ik de laatste hand gelegd aan mijn manuscript met de titel Requiem. Zo’n 45.000 woorden zet ik er steeds bij want een uitgever vindt dat belangrijk. Toen ik met printen begon keek ik onderaan het beeldscherm en kon het nauwelijks geloven. Precies dat aantal, 45.000, geen woord meer of minder. Of het een gunstig voorteken is, weet ik niet. Bijzonder is het wel. Ook nu overkomt het me weer als ik kijk naar de teller: dit stukje telt 150 woorden, precies. Ik denk aan de vrouw die daar staat 01/14/2010
![]() Het kabbelt teveel en het wordt nergens spannend mailde een redacteur van een tijdschrift en een schrijfvriendin zei dat ik het verhaal meteen op scherp moest zetten. Ik ben al een uur bezig met steeds weer nieuwe zinnen en andere woorden die ik omdraai en verschuif om het spannender, scherper te maken. En het lukt niet. Ik pak bier uit de voorraadkast met vloerverwarming (aan koud bier heb ik een hekel) en staar vanuit mijn luie stoel naar de daken van de huizen, naar de lucht met zwermen vogels en denk aan de vrouw die daar staat in haar slaapkamer. Dan zie ik hoe ze zich bekijkt in de spiegel en ‘del,’ zegt en ‘smerige sloerie.’ Ze slaat met de slaapkamerdeur. Ik schrijf het op en voel me gelukkig. |










RSS Feed