Deadlines 03/07/2010
![]() Op de website van Lava staan de komende deadlines. De eerste datum is 1 april 2011 voor het tweede nummer van volgend jaar. Ik vroeg de redactie of het nog zin heeft verhalen te sturen. Ik kreeg als reactie: tot die tijd zitten we vol. Lava beschikt over een grote voorraad verhalen, dat kan niet anders. En het jongt maar aan, want ook dit jaar krijgen ze kopij. Tientallen inzendingen, als ik insiders mag geloven. Mijn voorspelling: in 2011 worden de deadlines van de nummers van 2013 bekend gemaakt en in 2012 die van 20016. En denk erom: Lava plaatst alleen exclusieve stukken. ‘Stuur kopij niet tegelijkertijd naar andere tijdschriften,’ staat op de website. Ik begrijp steeds beter waarom Lava geen subsidie krijgt. Ik hoop op een zegen 03/02/2010
![]() Seks, getier en gevloek doen het goed in literaire verhalen. Het laatste nummer van Lava staat er vol mee. Ik heb nog zo’n verhaal. De Rooms-Katholieke Kerk speelt een belangrijke rol, dus het kan bijna niet missen. Vandaag heb ik het naar Lava gestuurd. Ik hoop op een zegen. De Brandende Pen 2010 (vervolg) 02/28/2010
![]() Ik lees de verhalen die genomineerd zijn voor De Brandende Pen 2010. Ze staan in het nieuwe nummer van Lava. Ze zijn geselecteerd door de redactie van het tijdschrift, waarna een deskundige jury de winnaar van De Brandende Pen heeft gekozen. Naast prachtige verhalen kom ik inzendingen tegen van een belabberd niveau. Ik weet het, smaken verschillen, maar verhalen met kromme zinnen en taalfouten horen niet thuis in dit nummer. Een van de spelregels van de redactie van Lava is dat zij bepaalt welke bureauredactionele correcties aangebracht moeten worden in de verhalen die in Lava verschijnen. Dat de redactie dergelijke correcties vervolgens niet aanbrengt, is eigenaardig. En onzorgvuldig bovendien. Atuele literatuur 02/25/2010
![]() Van Esther kreeg ik nr. 130 van Deus ex Machina, tijdschrift voor actuele literatuur, met haar mooie verhaal ‘Meestal dwaal je ergens af’. Meer dan de helft van het nummer gaat over het nut van literaire tijdschriften. Daarvan herinner ik me eigenlijk alleen de bijdrage van Jeroen Overstijns, redacteur van De Standaard. Niet om de inhoud, oh, nee. Neem nou die eerste zin: Zoals bedlegerigen, banken, betrapte baanrenners en parenclubs zonder leden hebben ook literaire tijdschriften en probleem. Ik wist het meteen, dit wordt niks. En dan neem ik die vergeten essentiële komma maar even voor lief. Hier schrijft iemand die het moet hebben van groots en meeslepend taalgebruik. Iemand die de verpakking belangrijker vindt dan de inhoud. En het klopt. Het wordt alleen maar erger. Hij kiepert een stortvloed gezwollen taal, overdreven zinsconstructies en onbenullige metaforen over me heen. En de mening van Overstijns over het thema? Ik zou het niet weten. Een tweede keer lezen, dan? Gadverdamme, nee. Fobie 02/20/2010
![]() Ik heb een abonnement op Lava. Het zat gisteren bij de post met een MatchBoox en dat was een verrassing. Een MatchBoox is een kort verhaal in een lucifersdoosje. Ik trof het met een verhaal van Arthur Jaspin. Dacht ik. Aan het begin staat een afbeelding van een grote spin. Of het wat te maken heeft met de naam van de auteur weet ik niet, maar ik ga het verhaal niet lezen. Het doosje blijft dicht. Weinig woorden 01/26/2010
![]() Het nieuwe nummer van Hollands Maandblad ligt in de bus. Het opent met een kort verhaal van Tommy Wieringa. Eén pagina, nog geen 500 woorden. Het gaat over een vriend die hem een doos woordenboeken geeft. Een schitterend bezit, een schat, schrijft Wieringa. De vriend zegt: Een schrijver moet veel woorden hebben. En dan de juiste kiezen, dat is de kunst, denk ik er achteraan. Hoe minder hoe mooier. Wieringa bewijst het weer. Op ruwe planken 01/23/2010
![]() Op Ruwe Planken is het ruwste literaire tijdschrift van Nederland. Zo profileren ze zich. Het is een actief tijdschrift met een overzichtelijke website. Ik heb er wel eens wat naar toe gestuurd en kreeg altijd goed gemotiveerde afwijzingen. Ik ging in op een aanbieding: vier nummers voor tien euro. Daar heb ik het bij gelaten, want het tijdschrift doet zijn naam eer aan: meer hout dan papier. Zelfs op de omvang is beknibbeld. Buiten sneeuwt het en ik voel mijn been, gevolg van een gecompliceerde beenbreuk. Veertig jaar geleden veroorzaakt door een rottrap van een tegenstander tijdens het voetbal. We hadden een clubblad dat er net zo uitzag als ORP. Grijs, grauw, noest vrijwilligerswerk. En ook ruw, het was allemaal vreselijk ruw. Namen zeggen me niks 01/13/2010
![]() Ik lees ‘Toen de trein over Billy reed’ een verhaal van Maarten Inghels in De Brakke Hond. Ik ken het verhaal denk ik na een halve bladzij en halverwege weet ik het zeker. Ik zoek het na en het klopt. Het werd voorgelezen in een uitzending van de wekelijkse schrijfwedstrijd Duizend Woorden van de VPRO, een jaar geleden. Ook toen was Billy dood en een van de juryleden zei: je mag de lezer best in het ongewisse laten hoe dat komt, als je het zelf maar weet. Het verhaal in De Brakke Hond is zeker twee maal zo lang en de doodoorzaak staat in de titel en ik denk, ja, zo zijn we bezig met onze verhalen, schrijven, herschrijven en hopen op publicatie. Namen zeggen me meestal niks, maar verhalen onthoud ik. Het zijn dan meestal mooie verhalen. Altijd verrassend 01/08/2010
![]() ‘U behoort tot de risicogroep,’ zegt de diëtiste. ‘Vijf kilo eraf. Meer is minder.’ Ze glimlacht met opgetrokken wenkbrauwen. Ja, hij begrijpt het wel, neemt het vel papier met ‘dieetideeën’ en ‘nuttige tips’ van haar aan en rijdt door naar de sportschool om zich in te laten schrijven. Een luxe fitnesscentrum met sauna en horecavoorzieningen. Mooi, mooi, zou Gijsje roepen en in haar handen klappen. Hij kan hier haar T-shirt wel dragen. Hij neemt een jaarabonnement voor 430 euro. Een behoorlijk bedrag. Overslaan doe je niet zomaar. Anders wordt hij er wel aan herinnerd. Meneer kan zich maar alles permitteren. Je zou ook minder gaan drinken. Dat hoort hij nu al. En hij is amper een maand met de vut. Zo begint ‘In de Zevende Hemel’, een kort verhaal van mij dat werd gepubliceerd in De Brakke Hond nr. 105, winter 2009. Het tijdschrift viel vandaag in de bus. Het verhaal stuurde ik juni jl. in en ik hoorde er niks meer over. Ook niet na een bezorgd mailtje. Tot vanmorgen dus. Literaire tijdschriften: altijd verrassend. Snelrecht 01/05/2010
![]() Op 2 januari stuur ik een verhaal aan de redactie van KortVerhaal, de voortzetting van De tweede ronde. Op 4 januari krijg ik ‘namens de redactie’, een reactie van Thomas Verbogt: we vinden het verhaal niet geschikt want het kabbelde wat voort en wilde maar niet belangrijk worden. Verrek, denk ik, ik ken die woorden. Ze werden gebruikt in een afwijzingsbrief van uitgeverij Nieuw Amsterdam, die ik mijn verhalenbundel had gestuurd. ‘De verhalen zijn beslist lezenswaard, maar ze zijn wat kabbelend en missen avontuur’. Kabbelend, niet belangrijk, missen avontuur, ik vind het van die mooie woorden. Ze zeggen zo veel en toch zo weinig, het zijn literaire woorden. Ze horen bij Thomas Verbogt. Ik ga beter mijn best doen om mijn verhalen minder kabbelend, belangrijker en avontuurlijker te maken. Maar ook zonder fratsen en met veel innerlijke beleving, want dat moet ook. Tot er weer een redactie tevreden is, of tenminste niet ontevreden, en ruimte heeft omdat het past bij een thema. En tijd heeft om te reageren. Want dat gebeurt ook soms, dat men niet reageert, of na een jaar. Een reactie binnen drie dagen. Ik heb het nog niet meegemaakt. Snelrecht, het grijpt om zich heen. |










RSS Feed