Picture
Seks, getier en gevloek doen het goed in literaire verhalen. Het laatste nummer van Lava staat er vol mee. Ik heb nog zo’n verhaal. De Rooms-Katholieke Kerk speelt een belangrijke rol, dus het kan bijna niet missen.
Vandaag heb ik het naar Lava gestuurd. Ik hoop op een zegen.

 
Beetje bloot 03/01/2010
 
Picture
Ik lees Over de liefde van Doeschka Meijsing en ik denk steeds: wat is dit mooi, zoveel verdriet en toch met humor geschreven. Maar ik mis iets en ik weet niet wat.
Tot vanmiddag als ik in mijn makkelijke stoel wakker word met het boek op schoot. Het is niet spannend, er ontbreekt een conflict, de hoofdpersoon staat niet voor een dilemma. Ze treurt, dat wel.
Misschien vindt de uitgever dat ook, want het boek heeft inmiddels een andere omslag. Een beetje blote vrouw in plaats van die duif.

 
 
Picture
Ik lees de verhalen die genomineerd zijn voor De Brandende Pen 2010. Ze staan in het nieuwe nummer van Lava. Ze zijn geselecteerd door de redactie van het tijdschrift, waarna een deskundige jury de winnaar van De Brandende Pen heeft gekozen.
Naast prachtige verhalen kom ik inzendingen tegen van een belabberd niveau. Ik weet het, smaken verschillen, maar verhalen met kromme zinnen en taalfouten horen niet thuis in dit nummer.
Een van de spelregels van de redactie van Lava is dat zij bepaalt welke bureauredactionele correcties aangebracht moeten worden in de verhalen die in Lava verschijnen. Dat de redactie dergelijke correcties vervolgens niet aanbrengt, is eigenaardig. En onzorgvuldig bovendien.

 
 
Picture
Als ik niet geschreven heb, merk ik dat ’s avonds. Dan heb ik een ontevreden gevoel, chagrijn ligt op de loer. Iedere dag 500 woorden, minimaal, die dosis heb ik nodig.
Vandaag ben ik begonnen met een verhaal voor Hotel (New) Hampshire. Na een uur staan er 500 woorden op de teller. Voor de zekerheid kijk ik naar de spelregels van de schrijfwedstrijd, hoe lang het verhaal moet worden. Maximaal 750, zie ik. Dat is niet veel, daar heb ik geen rekening mee gehouden.
Ik maak me zorgen hoe dat morgen nou moet.

 
 
Picture
De schrijfwedstrijd ‘Hotel (New) Hampshire’, een initiatief van dit hotel en Schrijven Magazine, ik zou er best aan mee willen doen. Vooral het boekje dat gemaakt wordt met de 21 beste inzendingen in een oplage van 6.700 stuks trekt me aan. Maar ik aarzel. Het verhaal moet gaan over hotel-lobby’s en cocktailbars en ik ken die wereld zo’n beetje. Ik was jarenlang vakbondsbestuurder voor de horecabedrijfstak. Ik ken de problemen in die sector, de beroerde werkomstandigheden en onderbetaling van werknemers. Als ik daarover schrijf, kom ik niet in het boekje.
Er is een hotel waar we als bonden graag kwamen. Daar werd onderhandeld over de bedrijfstak-cao’s. Daar zou ik over kunnen vertellen. Niet over Hotel (New) Hampshire, daar ben ik nooit geweest. En dat is een goed teken.

 
 
Picture
Van Esther kreeg ik nr. 130 van Deus ex Machina, tijdschrift voor actuele literatuur, met haar mooie verhaal ‘Meestal dwaal je ergens af’.
Meer dan de helft van het nummer gaat over het nut van literaire tijdschriften. Daarvan herinner ik me eigenlijk alleen de bijdrage van Jeroen Overstijns, redacteur van De Standaard. Niet om de inhoud, oh, nee. Neem nou die eerste zin:
Zoals bedlegerigen, banken, betrapte baanrenners en parenclubs zonder leden hebben ook literaire tijdschriften en probleem.
Ik wist het meteen, dit wordt niks. En dan neem ik die vergeten essentiële komma maar even voor lief. Hier schrijft iemand die het moet hebben van groots en meeslepend taalgebruik. Iemand die de verpakking belangrijker vindt dan de inhoud. En het klopt. Het wordt alleen maar erger. Hij kiepert een stortvloed gezwollen taal, overdreven zinsconstructies en onbenullige metaforen over me heen. En de mening van Overstijns over het thema?
Ik zou het niet weten.
Een tweede keer lezen, dan?
Gadverdamme, nee.

 
Weggegooid geld 02/24/2010
 
Picture
Niet lang geleden gooide ik boeken weg. Gave boeken, slechts een keer gelezen, want ik kan niet alles bewaren. En het plaatselijke kringloopwinkeltje was net opgeheven.
Sinds de schrijfwedstrijd van
Books 4 Life in Utrecht ben ik wijzer.
Books 4 Life is een tweedehands boekwinkel voor het goede doel. De opbrengsten gaan voor de helft naar Amnesty International en Oxfam Novib. Veertig procent gaat naar kleinschalige hulpprojecten in ontwikkelingslanden, door de vrijwilligers zelf gekozen. Er zijn vestigingen in Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Maastricht, Tilburg en Utrecht.
Volgende week zaterdag ga ik naar de winkel in Utrecht, want dan is de prijsuitreiking. En ik kan er voortaan mijn boeken kwijt.
En jij ook!

 
 
Picture
Afgelopen zaterdag begon ik in een nieuw boek. Over de liefde van Doeschka Meijsing. We kregen bezoek, dus ik legde het weg. Het bezoek, en oud-collega met zijn vrouw, bleef eten en we praatten over onze dagelijkse bezigheden. De vrouw van de collega zit op een leesclub, dat wist ik, en ik vroeg welk boek ze nu lazen. Over de liefde van Doeschksa Meijsing, zei ze.
Ik verbaas me er niet meer over.

 
 
Picture
Op 10 februari schreef ik over Liefdes, een verhalenbundel van Irene Dische. Ik heb nu alle verhalen gelezen en moest voortdurend denken aan een van mijn schrijfdocenten. Als hij mijn werk besprak zei hij steevast: ‘Je hebt het mooi opgeschreven, maar ik geloof het niet.’
Ik vergelijk me niet met Dische (ze schrijf wel heel erg mooi), ook niet als het gaat om de geloofwaardigheid, want die lapt ze compleet aan haar laars. Toch wordt het boek alom geprezen.
Op de achterflap van het boek staat: Van Disches fantasie zouden zich tien schrijvers overvloedig kunnen voeden.
Zou het wat zijn voor die schrijfdocent?

 
 
Picture
Arthur Japin
November 2004 bezocht ik een bijeenkomst met Arthur Japin (ja, zijn naam staat er nu goed). Ik had zijn bekroonde boek Een schitterend gebrek bij me, dat hij signeerde. Ik vroeg hem of hij zijn boeken aan anderen liet lezen voordat hij ze naar zijn uitgever stuurde, want dat hield mij erg bezig. ‘Alleen aan mijn partner,’ zei hij, ‘maar dat is ook mijn uitgever.’ Toen zij hij: ‘De een vindt dit, de ander dat, iedereen die vindt wel wat.’
Mooi hè?